Hier volgen een aantal voorbeeld dictees Nederlands die je kunt gebruiken als taalles aan anderstaligen. En die tegelijkertijd gespreksstof opleveren doordat er begrippen in worden gebruikt.

Voorbeeld dictees Nederlands voor anderstaligen

Dictee 1.

Met begrippen over positieve gevoelens: Stralend, aardig, verliefd, verrast, lief, nieuwsgierig, uitgelaten, geamuseerd, trots, verbluft.

  1. Stralend stond Marieke op het podium
  2. Die jongen lijkt me erg aardig.
  3. Volgens mij zijn die twee verliefd op elkaar.
  4. Verrast keek de vrouw op, toen de bel ging.
  5. Wat lief van je dat je daaraan gedacht hebt.
  6. Nieuwsgierig keek de peuter om zich heen.
  7. Uitgelaten liep de groep jongens over het kermisterrein.
  8. De vader keek geamuseerd naar het optreden van zijn dochter.
  9. Ik ben trots op je zei de leraar.
  10. Verbluft keek de winkelier de dief na.

Begrippenlijst goede gevoelens.

begrippenlijst goede gevoelens

begrippenlijst goede gevoelens

 

Dictee 2.

Met begrippen over negatieve gevoelens:Schrok, wanhopig, uitgeput, jaloers, eenzaam, machteloos, onverschillig, terneergeslagen, kwetsbaar, afschuw.

  1. Zij schrok erg toen de auto toeterde.
  2. Wanhopig probeerde hij het slot te openen.
  3. Uitgeput viel ze op de bank neer.
  4. Jaloers keek ze naar de nieuwe mobiel van haar vriendin.
  5. Na de dood van zijn vrouw voelde de man zich erg eenzaam.
  6. Machteloos stond de moeder naast het ziekenhuisbed van haar zoon.
  7. Onverschillig trok Cornelis zijn schouders op.
  8. Het hele team was terneergeslagen door het verliezen van de wedstrijd.
  9. Ze was erg kwetsbaar na alles wat ze meegemaakt had.
  10. Vol afschuw keek ze naar de doodgereden poes.
Begrippenlijst vervelende gevoelens

Begrippenlijst vervelende gevoelens

Dictee 3

Gebruik begrippen: gisteren, vandaag, morgen, overmorgen, volgende week, vorige week, dag, maand, jaar, decennium.

  1. Ben je gisteren nog naar de winkel geweest?
  2. Wat ga je vandaag koken?
  3. Morgen heb ik een afspraak op het gemeentehuis.
  4. Ik ben van plan om overmorgen naar mijn zus te gaan.
  5. Mijn eerste examen is volgende week ingepland.
  6. Ik ga altijd op woensdag naar de sportschool.
  7. December staat bekend als feestmaand.
  8. Ik ben in 1960 geboren.
  9. Volgend jaar vier ik mijn 55 ste verjaardag.
  10. Deze eeuw is er erg veel veranderd op de wereld.

Dagen van de week:

zondag, maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag, zaterdag.

Maanden:

januari, februari, maart, april, mei, juni, juli, augustus, september, oktober, november, december.

Tijdsindelingen:

seconde, minuut, uur, dag, week, maand, jaar, decenium (10 jaar) eeuw (100 jaar)

vorig jaar, vorige maand, vorige week, eergisteren, gisteren, vandaag, morgen, overmorgen, volgende week volgende maand, volgend jaar.

Dictee 4

De winter:

Storm, regen, windkracht 9, donderen, hagelstenen, wind, vriezen, sneeuw, ijzel, bliksem.

  1. Hij trok de zuidwester stevig over zijn oren om zichzelf te beschermen tegen de storm.
  2. De regen viel met bakken uit de lucht.
  3. Ze hadden voor later op de dag windkracht 9 voorspeld.
  4. In de verte hoorde hij het donderen.
  5. De eerste hagelstenen kletterden tegen de ramen.
  6. De wind was guur, en kwam uit het noord/oosten.
  7. Het zou flink gaan vriezen, nog even en de schaatsen kunnen weer uit het vet.
  8. Morgen kon er wel eens een flink pak sneeuw vallen.
  9. Wel, dacht hij, dat is beter dan ijzel.
  10. Hij schok van de bliksem, die vlakbij insloeg.

 

Zuidwester: Een zuidwester is een hoofddeksel dat door schippers en andere zeevarenden werd en wordt gedragen, om zich te beschermen tegen wind, neerslag, opspattend zeewater en koude. Het is een hoed met brede randen, die aan de achterkant ver doorlopen, om zo het water af te voeren zonder dat het tussen de nek en de kraag van de jas loopt.

Terug naar Taalcoach tips en oefeningen in de praktijk

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes:

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>