Lastige tijden in de Nederlandse taal

  1. O.T.T.: onvoltooid tegenwoordige tijd
  2. O.V.T.: onvoltooid verleden tijd
  3. O.T.T.T.: onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd
  4. O.V.T.T.: onvoltooid verleden toekomende tijd
  5. V.T.T.: voltooid tegenwoordige tijd
  6. V.V.T.: voltooid verleden tijd
  7. V.T.T.T.: voltooid tegenwoordige toekomende tijd
  8. V.V.T.T.: voltooid verleden toekomende tijd

Lastige tijden in de Nederlandse taal voorbeelden

Lastige tijden in de Nederlandse taal

Hulpwerkwoorden van de voltooide tijd zijn hebben en zijn, het hulpwerkwoord van de toekomende tijd is zullen.

1  O.T.T.: onvoltooid tegenwoordige tijd

Maria gaat naar school. (gaan)
Ik dans door de zaal. (dansen)
Hij werkt in de tuin. (werken)
Wij bieden onze auto aan. (aanbieden)
De hond loopt weg. (weglopen)

2  O.V.T.: onvoltooid verleden tijd

Maria ging naar school.
Ik danste door de zaal.
Hij werkte in de tuin.
Wij boden onze auto aan.
De hond liep weg.

3  O.T.T.T.: onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd

Maria zal naar school gaan.
Ik zal door de zaal dansen.
Hij zal  in de tuin werken.
Wij zullen onze auto aanbieden.
De hond zal weglopen.

4  O.V.T.T.: onvoltooid verleden toekomende tijd

Maria zou naar school gaan.
Ik zou door de zaal dansen.
Hij zou in de tuin werken.
Wij zouden onze auto aanbieden.
De hond zou weglopen.

5  V.T.T.: voltooid tegenwoordige tijd

Maria is naar school gegaan
Ik heb door de zaal gedanst.
Hij heeft in de tuin gewerkt.
Wij hebben onze auto aangeboden.
De hond is weggelopen.

6  V.V.T.: voltooid verleden tijd

Maria was naar school gegaan.
Ik had door de zaal gedanst.

Hij had in de tuin gewerkt.
Wij hadden onze auto aangeboden.
De hond was weggelopen.

7  V.T.T.T.: voltooid tegenwoordige toekomende tijd

Maria zal naar school gegaan zijn.
Ik zal door de zaal gedanst hebben
Hij zal in de tuin gewerkt hebben.
Wij zullen onze auto aangeboden hebben.
De hond zal weggelopen zijn.

8  V.V.T.T.: voltooid verleden toekomende tijd

Maria zou naar school geweest zijn.
Ik zou door de zaal gedanst hebben.
Hij zou in de tuin gewerkt hebben.
Wij zouden onze auto aangeboden hebben.
De hond zou weggelopen zijn.

O.T.T. , O.T.T.T., O.V.T., O.V.T.T., V.T.T., V.T.T.T, V.V.T, V.V.T.T.

Werkwoorden A tot en met Z

Nederlandse vlag Nederlandse werkwoorden

Vervoegen: O.T.T. , O.T.T.T., O.V.T., O.V.T.T., V.T.T., V.T.T.T, V.V.T, V.V.T.T.

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes:

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>